Er was veel volk op de begrafenis van het kind dat ik heb doodgereden. Veel volk, maar weinig mensen.
En zo klopte er meer niet; de zon scheen, de vogels floten, het was aangenaam warm en ik was er. Boordjes werden onopvallend los geknoopt, mouwen opgestroopt en tranen weg geveegd. Ik voelde me niet op me gemak maar wist dat het schuldgevoel erger zou worden als ik niet was gegaan. En uiteindelijk ben ik er ook niet over uit voor wie ik dit doe, voor de ouders en nabestaanden of voor mijzelf. Vanuit mijn ooghoeken kijk ik naar de nabestaanden, deze staren mij niets verhullend haatdragend aan. Het antwoord was duidelijk.
Ik zit de dienst uit met mijn hoofd gebogen, mijn hartslag hoog en mijn blik op de kist. Het is een vage voltrekking waarbij ik woorden vang en weer los laat, mensen zie huilen en mensen zie kapot gaan. En uiteindelijk zie ik een reflectie van iedereen op mezelf. Ik voel al hun pijnen, interpreteer hun onbegrip als de mijne en leer hun gemis kennen. Ook zie ik hun afschuw van mij, hun haat, hun afkeer. Ik begrijp de onbegrip van mijn aanwezigheid, iets wat ik simpel weg begrijp omdat ik dat met hun deel. Ik beeld me in hoe het is om mijn dochter te verliezen en te gelijke tijd de 'dader' te zien bij haar begrafenis. Het is ondragelijk. En ze denken dat ik het niet ken, niet weet en niet kan voelen. Ik ben de gewetenloze, de moordenaar, ik ben Hades de God van de onderwereld. Ik lees het in hun ogen en voel het in mijn ziel. Uiteindelijk weet ik het wel, want mijn zoon was ook te jong.
Te jong, iedereen is altijd te jong op het moment van sterven. Mijn moeder was 72 toen ze het pand verliet, na een jaar en drie maanden op haar sterf bed. Het verdriet was er niet minder om, de pijn is nooit gesleten. Het is een band die door niets en niemand vervangen kan worden; of het nu je vader, je moeder of je kind is, het is een bloedband.
Ik noemde mezelf altijd een nuchtere Hollander, 'down to earth' en een rationele burger. Maar hoe graag we ook willen dat we van steen zijn gemaakt, hoe hard we ook willen zijn, hoe erg we ons zelf ook niet willen laten kennen, we zijn mensen. Elk mens wordt geboren met emotie en gevoel. Dat geldt voor jou en mij. Ik had ook emoties en gevoel. Maar de keiharde waarheid is dat ik contradictioneel ben geworden. Wat ooit eens was hoeft niet meer te zijn en wat we zijn is niet wat we ooit eens waren ook al willen we het nog steeds zijn.
Na het ongeval leef ik in een waas. Een gemoedstoestand waardoor ik niet langer meer weet wat, hoe, waar, waarom en wie. Het leven is op automatische piloot over gegaan, ik word wakker, sta op, doe m'n lenzen in, ontbijt, poets me tanden, trek wat aan en fiets naar mijn werk. Zo ging het 4 dagen en de 5e dag is nu. En vandaag ging het niet helemaal automatisch. Ik werd wakker en keek recht in de ogen van mijn zoon, zoals altijd keek hij me aan met de vereeuwigde glimlach. Maar voor het eerst las ik iets anders in zijn ogen, ik las een verlangen naar zijn vader. Met de grootste moeite draaide ik de andere kant op en kroop uit bed. Zocht een out fit uit dat geschikt was en dronk alleen een kop koffie. Voor het verlaten van mijn appartement keek ik nogmaals in de spiegel en zag wat ik had verwacht te zien. Holle ogen staarden mij aan, een smal wit gelaat met donkere kringen om de ramen van mijn ziel. Het gaf verder niet, het was de laatste blik in deze spiegel.
Mijn einde nadert, daarom wil ik het volgende ook nog kwijt. Dat mijn vrouw me verliet voor een ander was terecht, want geld is toch belangrijker dan de liefde die ik haar gaf. Maar dat mijn zoon twee jaar geleden het leven liet werd me natuurlijk te veel. Sindsdien ben ik duizenden keren gestorven, elke dag weer met een onbeschrijfelijke innerlijke pijn. Kennelijk moet je voor het laatste hoofdstuk van je leven ook nog eens extra veel lijden, althans ik wel. Ik zag het meisje niet en zij herkende het gevaar niet en voordat ik het wist was het te laat. De media heeft er genoeg woorden aan besteed dus ik hoef en wil hierover niet verder uit te wijden. Het lijkt wel of mijn leven de afgelopen zes jaar een neerwaartse spiraal was van alleen maar diepte punten. Zelfs toen ik de bodem bereikte, bleek daar ook nog een gat te zijn waar in je kon vallen. Weinigen weten dat, en dat is misschien maar goed ook. Het is namelijk de singulariteit van het gevoelsleven. En dat heeft mij tot dit punt gedreven.
Want zo eindig ik deze afscheidsbrief, waarin de chronologie van de tijd ver te zoeken is. Ik zou me daar voor willen excuseren maar dat is wel het minste waar ik me voor moet excuseren. Ik ben alles verloren waar ik ooit eens voor leefde en tot overmaat van ramp heb ik van anderen ook iets dierbaars afgenomen. Ik ben er schuldig aan, ook al gebeurde het niet met opzet. Het heeft mijn laatste beetje zelfrespect vernietigd, ik heb mijn laatste beetje zelfrespect vernietigd. Ik ben er van overtuigd dat ik niet langer verdien te leven, want ik heb geen toegevoegde waarde meer voor de mensen om mij heen, laat staan voor de maatschappij. De wereld is beter af zonder mij. Het is geen harakiri waardig, dit is mijn einde.
Geen vaarwel, geen tot ziens. Alleen het einde.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

1 opmerking:
Je schrijft erg mooi!
Knap dat je je verhaal verteld. Heel veel sterkte met alles.
Liefs,
Elisa
Een reactie posten