Was het maar zo
dat wij gingen
toen we draaiden
op het moment
dat ik keek naar
het verstarde beeld
in de spiegel
van jouw hart.
zondag 19 oktober 2008
woensdag 27 augustus 2008
..Zing eeuwige in me..
Je naam is zo zacht als zijde
Donzige letters zingen over jou
Als de zestiende triolenfeel
Houdt het eeuwig gezang aan
Het voert ons naar Hemels grond
Waar we eeuwig zullen liggen
Op fluwelen luchtige wolken
En waar tedere kussen
vervolmaakt worden
Als een satijnen deken valt de liefde
over onze in één gesmolten lichamen
We worden verguld door de minne
Omringd door perfecte warmte
Verdrink alsjeblieft in mij ogen
Laat me hier nooit meer alleen
Klem je vast aan mijn hart
Zing eeuwig in mij
Donzige letters zingen over jou
Als de zestiende triolenfeel
Houdt het eeuwig gezang aan
Het voert ons naar Hemels grond
Waar we eeuwig zullen liggen
Op fluwelen luchtige wolken
En waar tedere kussen
vervolmaakt worden
Als een satijnen deken valt de liefde
over onze in één gesmolten lichamen
We worden verguld door de minne
Omringd door perfecte warmte
Verdrink alsjeblieft in mij ogen
Laat me hier nooit meer alleen
Klem je vast aan mijn hart
Zing eeuwig in mij
maandag 16 juni 2008
..Badende Liefde..
Je spreekt vlinders onder onze lakens van gevederte
Lichte aanrakingen van zijde zachte vingertoppen
Bloeiende predicaten van blijvende affecties
Zomer zoete momenten die wij samen ervaren
Zwevend op een bed van donzen bloemblaadjes
Reiken we naar een illuster diamanten hemel
Altijd wetende dat dit is wat het hoort te zijn
Lichter en fameuze dan de helderheid van de zon
Schitteren wij van de badende liefde
Lichte aanrakingen van zijde zachte vingertoppen
Bloeiende predicaten van blijvende affecties
Zomer zoete momenten die wij samen ervaren
Zwevend op een bed van donzen bloemblaadjes
Reiken we naar een illuster diamanten hemel
Altijd wetende dat dit is wat het hoort te zijn
Lichter en fameuze dan de helderheid van de zon
Schitteren wij van de badende liefde
dinsdag 1 april 2008
..Het Einde..
Er was veel volk op de begrafenis van het kind dat ik heb doodgereden. Veel volk, maar weinig mensen.
En zo klopte er meer niet; de zon scheen, de vogels floten, het was aangenaam warm en ik was er. Boordjes werden onopvallend los geknoopt, mouwen opgestroopt en tranen weg geveegd. Ik voelde me niet op me gemak maar wist dat het schuldgevoel erger zou worden als ik niet was gegaan. En uiteindelijk ben ik er ook niet over uit voor wie ik dit doe, voor de ouders en nabestaanden of voor mijzelf. Vanuit mijn ooghoeken kijk ik naar de nabestaanden, deze staren mij niets verhullend haatdragend aan. Het antwoord was duidelijk.
Ik zit de dienst uit met mijn hoofd gebogen, mijn hartslag hoog en mijn blik op de kist. Het is een vage voltrekking waarbij ik woorden vang en weer los laat, mensen zie huilen en mensen zie kapot gaan. En uiteindelijk zie ik een reflectie van iedereen op mezelf. Ik voel al hun pijnen, interpreteer hun onbegrip als de mijne en leer hun gemis kennen. Ook zie ik hun afschuw van mij, hun haat, hun afkeer. Ik begrijp de onbegrip van mijn aanwezigheid, iets wat ik simpel weg begrijp omdat ik dat met hun deel. Ik beeld me in hoe het is om mijn dochter te verliezen en te gelijke tijd de 'dader' te zien bij haar begrafenis. Het is ondragelijk. En ze denken dat ik het niet ken, niet weet en niet kan voelen. Ik ben de gewetenloze, de moordenaar, ik ben Hades de God van de onderwereld. Ik lees het in hun ogen en voel het in mijn ziel. Uiteindelijk weet ik het wel, want mijn zoon was ook te jong.
Te jong, iedereen is altijd te jong op het moment van sterven. Mijn moeder was 72 toen ze het pand verliet, na een jaar en drie maanden op haar sterf bed. Het verdriet was er niet minder om, de pijn is nooit gesleten. Het is een band die door niets en niemand vervangen kan worden; of het nu je vader, je moeder of je kind is, het is een bloedband.
Ik noemde mezelf altijd een nuchtere Hollander, 'down to earth' en een rationele burger. Maar hoe graag we ook willen dat we van steen zijn gemaakt, hoe hard we ook willen zijn, hoe erg we ons zelf ook niet willen laten kennen, we zijn mensen. Elk mens wordt geboren met emotie en gevoel. Dat geldt voor jou en mij. Ik had ook emoties en gevoel. Maar de keiharde waarheid is dat ik contradictioneel ben geworden. Wat ooit eens was hoeft niet meer te zijn en wat we zijn is niet wat we ooit eens waren ook al willen we het nog steeds zijn.
Na het ongeval leef ik in een waas. Een gemoedstoestand waardoor ik niet langer meer weet wat, hoe, waar, waarom en wie. Het leven is op automatische piloot over gegaan, ik word wakker, sta op, doe m'n lenzen in, ontbijt, poets me tanden, trek wat aan en fiets naar mijn werk. Zo ging het 4 dagen en de 5e dag is nu. En vandaag ging het niet helemaal automatisch. Ik werd wakker en keek recht in de ogen van mijn zoon, zoals altijd keek hij me aan met de vereeuwigde glimlach. Maar voor het eerst las ik iets anders in zijn ogen, ik las een verlangen naar zijn vader. Met de grootste moeite draaide ik de andere kant op en kroop uit bed. Zocht een out fit uit dat geschikt was en dronk alleen een kop koffie. Voor het verlaten van mijn appartement keek ik nogmaals in de spiegel en zag wat ik had verwacht te zien. Holle ogen staarden mij aan, een smal wit gelaat met donkere kringen om de ramen van mijn ziel. Het gaf verder niet, het was de laatste blik in deze spiegel.
Mijn einde nadert, daarom wil ik het volgende ook nog kwijt. Dat mijn vrouw me verliet voor een ander was terecht, want geld is toch belangrijker dan de liefde die ik haar gaf. Maar dat mijn zoon twee jaar geleden het leven liet werd me natuurlijk te veel. Sindsdien ben ik duizenden keren gestorven, elke dag weer met een onbeschrijfelijke innerlijke pijn. Kennelijk moet je voor het laatste hoofdstuk van je leven ook nog eens extra veel lijden, althans ik wel. Ik zag het meisje niet en zij herkende het gevaar niet en voordat ik het wist was het te laat. De media heeft er genoeg woorden aan besteed dus ik hoef en wil hierover niet verder uit te wijden. Het lijkt wel of mijn leven de afgelopen zes jaar een neerwaartse spiraal was van alleen maar diepte punten. Zelfs toen ik de bodem bereikte, bleek daar ook nog een gat te zijn waar in je kon vallen. Weinigen weten dat, en dat is misschien maar goed ook. Het is namelijk de singulariteit van het gevoelsleven. En dat heeft mij tot dit punt gedreven.
Want zo eindig ik deze afscheidsbrief, waarin de chronologie van de tijd ver te zoeken is. Ik zou me daar voor willen excuseren maar dat is wel het minste waar ik me voor moet excuseren. Ik ben alles verloren waar ik ooit eens voor leefde en tot overmaat van ramp heb ik van anderen ook iets dierbaars afgenomen. Ik ben er schuldig aan, ook al gebeurde het niet met opzet. Het heeft mijn laatste beetje zelfrespect vernietigd, ik heb mijn laatste beetje zelfrespect vernietigd. Ik ben er van overtuigd dat ik niet langer verdien te leven, want ik heb geen toegevoegde waarde meer voor de mensen om mij heen, laat staan voor de maatschappij. De wereld is beter af zonder mij. Het is geen harakiri waardig, dit is mijn einde.
Geen vaarwel, geen tot ziens. Alleen het einde.
En zo klopte er meer niet; de zon scheen, de vogels floten, het was aangenaam warm en ik was er. Boordjes werden onopvallend los geknoopt, mouwen opgestroopt en tranen weg geveegd. Ik voelde me niet op me gemak maar wist dat het schuldgevoel erger zou worden als ik niet was gegaan. En uiteindelijk ben ik er ook niet over uit voor wie ik dit doe, voor de ouders en nabestaanden of voor mijzelf. Vanuit mijn ooghoeken kijk ik naar de nabestaanden, deze staren mij niets verhullend haatdragend aan. Het antwoord was duidelijk.
Ik zit de dienst uit met mijn hoofd gebogen, mijn hartslag hoog en mijn blik op de kist. Het is een vage voltrekking waarbij ik woorden vang en weer los laat, mensen zie huilen en mensen zie kapot gaan. En uiteindelijk zie ik een reflectie van iedereen op mezelf. Ik voel al hun pijnen, interpreteer hun onbegrip als de mijne en leer hun gemis kennen. Ook zie ik hun afschuw van mij, hun haat, hun afkeer. Ik begrijp de onbegrip van mijn aanwezigheid, iets wat ik simpel weg begrijp omdat ik dat met hun deel. Ik beeld me in hoe het is om mijn dochter te verliezen en te gelijke tijd de 'dader' te zien bij haar begrafenis. Het is ondragelijk. En ze denken dat ik het niet ken, niet weet en niet kan voelen. Ik ben de gewetenloze, de moordenaar, ik ben Hades de God van de onderwereld. Ik lees het in hun ogen en voel het in mijn ziel. Uiteindelijk weet ik het wel, want mijn zoon was ook te jong.
Te jong, iedereen is altijd te jong op het moment van sterven. Mijn moeder was 72 toen ze het pand verliet, na een jaar en drie maanden op haar sterf bed. Het verdriet was er niet minder om, de pijn is nooit gesleten. Het is een band die door niets en niemand vervangen kan worden; of het nu je vader, je moeder of je kind is, het is een bloedband.
Ik noemde mezelf altijd een nuchtere Hollander, 'down to earth' en een rationele burger. Maar hoe graag we ook willen dat we van steen zijn gemaakt, hoe hard we ook willen zijn, hoe erg we ons zelf ook niet willen laten kennen, we zijn mensen. Elk mens wordt geboren met emotie en gevoel. Dat geldt voor jou en mij. Ik had ook emoties en gevoel. Maar de keiharde waarheid is dat ik contradictioneel ben geworden. Wat ooit eens was hoeft niet meer te zijn en wat we zijn is niet wat we ooit eens waren ook al willen we het nog steeds zijn.
Na het ongeval leef ik in een waas. Een gemoedstoestand waardoor ik niet langer meer weet wat, hoe, waar, waarom en wie. Het leven is op automatische piloot over gegaan, ik word wakker, sta op, doe m'n lenzen in, ontbijt, poets me tanden, trek wat aan en fiets naar mijn werk. Zo ging het 4 dagen en de 5e dag is nu. En vandaag ging het niet helemaal automatisch. Ik werd wakker en keek recht in de ogen van mijn zoon, zoals altijd keek hij me aan met de vereeuwigde glimlach. Maar voor het eerst las ik iets anders in zijn ogen, ik las een verlangen naar zijn vader. Met de grootste moeite draaide ik de andere kant op en kroop uit bed. Zocht een out fit uit dat geschikt was en dronk alleen een kop koffie. Voor het verlaten van mijn appartement keek ik nogmaals in de spiegel en zag wat ik had verwacht te zien. Holle ogen staarden mij aan, een smal wit gelaat met donkere kringen om de ramen van mijn ziel. Het gaf verder niet, het was de laatste blik in deze spiegel.
Mijn einde nadert, daarom wil ik het volgende ook nog kwijt. Dat mijn vrouw me verliet voor een ander was terecht, want geld is toch belangrijker dan de liefde die ik haar gaf. Maar dat mijn zoon twee jaar geleden het leven liet werd me natuurlijk te veel. Sindsdien ben ik duizenden keren gestorven, elke dag weer met een onbeschrijfelijke innerlijke pijn. Kennelijk moet je voor het laatste hoofdstuk van je leven ook nog eens extra veel lijden, althans ik wel. Ik zag het meisje niet en zij herkende het gevaar niet en voordat ik het wist was het te laat. De media heeft er genoeg woorden aan besteed dus ik hoef en wil hierover niet verder uit te wijden. Het lijkt wel of mijn leven de afgelopen zes jaar een neerwaartse spiraal was van alleen maar diepte punten. Zelfs toen ik de bodem bereikte, bleek daar ook nog een gat te zijn waar in je kon vallen. Weinigen weten dat, en dat is misschien maar goed ook. Het is namelijk de singulariteit van het gevoelsleven. En dat heeft mij tot dit punt gedreven.
Want zo eindig ik deze afscheidsbrief, waarin de chronologie van de tijd ver te zoeken is. Ik zou me daar voor willen excuseren maar dat is wel het minste waar ik me voor moet excuseren. Ik ben alles verloren waar ik ooit eens voor leefde en tot overmaat van ramp heb ik van anderen ook iets dierbaars afgenomen. Ik ben er schuldig aan, ook al gebeurde het niet met opzet. Het heeft mijn laatste beetje zelfrespect vernietigd, ik heb mijn laatste beetje zelfrespect vernietigd. Ik ben er van overtuigd dat ik niet langer verdien te leven, want ik heb geen toegevoegde waarde meer voor de mensen om mij heen, laat staan voor de maatschappij. De wereld is beter af zonder mij. Het is geen harakiri waardig, dit is mijn einde.
Geen vaarwel, geen tot ziens. Alleen het einde.
zaterdag 29 maart 2008
..Stilte..
Ik probeer te luisteren
naar de stilte in mezelf
Niets is wat ik hoor
zelfs het kloppen
van mijn hart
naar de stilte in mezelf
Niets is wat ik hoor
zelfs het kloppen
van mijn hart
is vervaagd
donderdag 27 maart 2008
..Ad Fundum..
Ik loop op een lijn van gewenste daden in het leven. Voel de winden der tijden aan me voorbij gaan en de zwaartekracht zogenaamd aan me trekken. En ondertussen sta ik te lachen met gevoel van beheersbaarheid in me. Ik ken het gevoel en weet hoe het werkt, zie hoe het haar best doet en voel dat ze mij voor zich wil hebben. Kennelijk kent ze mij niet zoals ik haar ken en wil ze niet weten dat ik lach om datgene wat ik echt weet maar zij niet wil toegeven. Het is de sublimering van mijn ongeëvenaarde kennis omtrent de wetten van de almachtige grondwetten waarmee ik iedereen voor de gek houd. En uiteindelijk is het maar hoe je het wendt of keert want we hebben de macht in pacht. Zachtjes hoor ik echter de keerzijde van de medaille haar weg vinden.
Nooit zal het eeuwig duren dat de beslistheid van meningen en gedachten een waar woord zijn, eerder een seconde van onbepaalde tijdsperiode die niemand kan voorspellen. Je denkt dat je het vast hebt, in handen, de baas bent maar altijd is het niets meer dan minder waar. En toch geeft het niet want het herinnert ons er aan dat het nooit zal zijn hoe het moet zijn en dat het altijd anders is dan de verwachte hoop op de dingen die nooit komen gaan. En het is een grootheidswaanzin waarin menig mens zich verliest, niet wetende dat het ad fundum van hun levenstijl een nutteloze is.
Nooit zal het eeuwig duren dat de beslistheid van meningen en gedachten een waar woord zijn, eerder een seconde van onbepaalde tijdsperiode die niemand kan voorspellen. Je denkt dat je het vast hebt, in handen, de baas bent maar altijd is het niets meer dan minder waar. En toch geeft het niet want het herinnert ons er aan dat het nooit zal zijn hoe het moet zijn en dat het altijd anders is dan de verwachte hoop op de dingen die nooit komen gaan. En het is een grootheidswaanzin waarin menig mens zich verliest, niet wetende dat het ad fundum van hun levenstijl een nutteloze is.
maandag 17 maart 2008
..Ik niet..
Het geeft niet meer
dat licht ooit eens gaf
wat ik nodig had.
Het geeft niet meer
dat warmte ooit eens gaf
wat ik nodig had.
Het geeft niet meer
dat liefde ooit eens gaf
wat ik nodig had.
Het geeft niet meer
dat iets gaf
en ik niet...
dat licht ooit eens gaf
wat ik nodig had.
Het geeft niet meer
dat warmte ooit eens gaf
wat ik nodig had.
Het geeft niet meer
dat liefde ooit eens gaf
wat ik nodig had.
Het geeft niet meer
dat iets gaf
en ik niet...
dinsdag 26 februari 2008
..Gevoel..
horen doe je niet
De vragende blik
zegt meer dan ik
Schreeuwen doe ik
niet langer meer
Veel verschil maakt het
niet met fluisteren
eigenlijk totaal geen
Dus ik zit hier met
jou naast mij
maar ik ben er niet
Alles is nu
gebaseerd op
datgene wat ik
nooit heb gevoeld
donderdag 14 februari 2008
..Woorden..
Deze woorden zijn geschreven maar
waardeloos bevonden.
Deze woorden zijn ongekend bekend
bij de dynastie van het woordenschat.
Laat woorden maar letters vormen,
de letters niet woorden.
Nooit op nieuw uitgevonden,
herkauwt tot in den treuren.
Toch blijf ik kauwen op mijn
woorden vol unieke letters.
waardeloos bevonden.
Deze woorden zijn ongekend bekend
bij de dynastie van het woordenschat.
Laat woorden maar letters vormen,
de letters niet woorden.
Nooit op nieuw uitgevonden,
herkauwt tot in den treuren.
Toch blijf ik kauwen op mijn
woorden vol unieke letters.
dinsdag 12 februari 2008
..gevonden..
een geliefde
mag het worden
wat jij vindt
hoe het hoort
en ik
vind dat
ook waar
en waar
jij wilt
zal ik
doen
voor de toekomst
en toen
liefde
ons vond
vrijdag 8 februari 2008
dinsdag 29 januari 2008
..Op dreef..
Weerspiegeling van baldadigheid in mijn glas,
Drinken tegen eenzaamheid te pas en te onpas.
'Een kreet voor aandacht' lacht mijn hart,
'Een zielig voorstel' denkt mijn geest.
Ik pomp mijn aderen vol met ethanol
en voel de valse euforie op komen.
Niets is meer het zelfde in deze utopia
een wereld waar ik kom door verdrinking.
Het is een bijeenkomst van mentale desillusies
gevoed door een onstabiele geest
tot leven gehouden door een verrotte ziel.
De DrumNbass regelt het ritme van mijn hart,
snel, langzaam, diep, onregelmatig,
net als mijn gemoedstoestanden.
Ik kick op die rush,
ik geniet van de kater want dan voel ik
dan voel ik dat ik leef.
De alcohol houdt mij op dreef.
Drinken tegen eenzaamheid te pas en te onpas.
'Een kreet voor aandacht' lacht mijn hart,
'Een zielig voorstel' denkt mijn geest.
Ik pomp mijn aderen vol met ethanol
en voel de valse euforie op komen.
Niets is meer het zelfde in deze utopia
een wereld waar ik kom door verdrinking.
Het is een bijeenkomst van mentale desillusies
gevoed door een onstabiele geest
tot leven gehouden door een verrotte ziel.
De DrumNbass regelt het ritme van mijn hart,
snel, langzaam, diep, onregelmatig,
net als mijn gemoedstoestanden.
Ik kick op die rush,
ik geniet van de kater want dan voel ik
dan voel ik dat ik leef.
De alcohol houdt mij op dreef.
maandag 28 januari 2008
..Het is..
Het is niet
dat het is
Het is dat
het lijkt als
of het lijkt
duidelijk
dat het is
wat het lijkt.
dat het is
Het is dat
het lijkt als
of het lijkt
duidelijk
dat het is
wat het lijkt.
woensdag 23 januari 2008
dinsdag 22 januari 2008
..Wachten..
Wist je dat ik
wacht.
Hier en nu
daar en straks
op jou en u.
Vergroeit met alles
één met de grond.
Wachten tot jij
bij mij komt.
wacht.
Hier en nu
daar en straks
op jou en u.
Vergroeit met alles
één met de grond.
Wachten tot jij
bij mij komt.
Abonneren op:
Posts (Atom)
